Begane grond
Schijndelhuis-1.m4v
Exterieur
Woonhuis als autobiografie

Mart van Schijndel stelde zich in 1987 de moeilijke opdracht om zijn eigen woonhuis te ontwerpen. Zes jaar werkte hij aan dit project op zoek naar zijn ideale ontwerp. In 1993 werd het huis voltooid. Veel van zijn ideeën over architectuur en het ontwerpen heeft hij hier in de praktijk gebracht. Het woonhuis aan het Pieterskerkhof in Utrecht is als het ware een autobiografie van zijn denkbeelden.

Het moderne woonhuis bevindt zich op één van de oudst bebouwde plekken in het centrum van de stad. Vanaf de straat is het huis slechts ten dele te zien. Het gaat schuil achter de bebouwing aan het plein. Binnen heerst een rustige sfeer, afgeschermd van de drukke stad. De hal, tevens woonkamer is de centrale ruimte van de woning waar alle vertrekken op uit komen. De ruimte is driehoekig van vorm en heeft twee patio's aan weerszijde. De grote glazen puien laten veel licht in het huis toe, maar geven slechts weinig van de omgeving prijs en waarborgen optimale privacy.

Voor het ontwerp van dit huis kreeg Mart van Schijndel in 1995 de Rietveldprijs toegekend. In 1999 besloot de Gemeente Utrecht zijn woonhuis op de Monumentenlijst te plaatsen.

Het huis van Mart van Schijndel vertegenwoordigt in optima forma zijn verhaal over ‘room en ‘space’ dat hij in de vijftien jaar dat hij aan de FachHochschule in Düssseldorf doceerde aan zovele van zijn studenten heeft meegegeven. Het huis is na zijn overlijden in 1999 in de staat gehouden zoals Van Schijndel het had ontworpen en ingericht, met alle door hem zelf ontworpen meubelen en verlichtingsarmaturen, zijn bibliotheek intact.

Knikken en buigen van geometrische vlakken tot ruimtelijke volumes

Puzzelen met vlakken was voor Mart van Schijndel een belangrijk uitgangspunt bij het vormgeven van gebouwen, interieurs en producten. Hij werkte steeds vanuit een bepaald stramien. Zijn idee was om een plat vlak zo te vervormen dat ruimte wordt gecreëerd. Door het materiaal te buigen of te vouwen of door vlakken samen te voegen, maakte hij driedimensionale vormen. Geometrische vormen komen steeds terug in het werk van Van Schijndel. Met name de driehoekige vorm is vaak te herkennen in zijn werk. Hij werkte graag met deze vorm, omdat hij deze het minst dwingend vond.

Ruimtelijke ingreep

In zijn woonhuis in Utrecht heeft Van Schijndel veel gewerkt met geometrische vormen. Om in het huis de ruimte- en lichtwerking te krijgen die hem voor ogen stond, introduceerde hij ook hier een driehoekige vorm. In de plattegrond van het onregelmatige en taps toelopende bouwperceel ontstond uiteindelijk een grote driehoek, door de hoekpunten van de Noord en Zuid gevel in het midden van de achtergevel met elkaar te verbinden. Hierdoor creëerde hij in het midden een woonkamer en daaromheen verschillende ruimtes. De onregelmatigheid van de kavel werd zo omgebogen tot de kracht van het ontwerp.

Knikken en buigen

Ook op andere plaatsen in het huis zijn geometrische vormen te ontdekken. Zo maakte Van Schijndel door te knikken en te buigen een plafond dat getrapt verloopt. Door het plafond zo vorm te geven, benadrukte hij sterk de taps toelopende vorm van de woonkamer. Daarnaast benutte Mart van Schijndel het knikken en buigen ook voor decoratie. De trap heeft op deze manier de vorm van een zaagtand gekregen.