1969 • De Kargadoor

Utrecht

 

Gebouw met een smoel

 

Een van de eerste opdrachten van Mart van Schijndel was de verbouwing in 1969 van het pand Oudegracht 36 in Utrecht, het nieuwe onderkomen van De Kargadoor, een ‘sentrum voor informatieve kommunikaatsie’. De leiding lag in handen van Koos van Duinen en Jetta Ernst. De Kargadoor moest een gebouw worden met een ‘smoel’, toen al een belangrijk criterium voor Van Schijndel.

 

Staalplaten tegen de visuele chaos

 

De transparantie van de overwegend glazen pui moest uitdrukking geven aan de beoogde communicatie tussen het informatiecentrum en de straat. De strakke gevel trok de aandacht in de grachtenwand, niet in de laatste plaats door de paarsblauwe kleur waarin de bakstenen waren geschilderd. In het interieur maakte van Schijndel korte metten met de wirwar van trapjes, kamers en gangen. De nieuwe doelmatige indeling voorzag in een aantal zaaltjes waar – zoals het Kargadoor-informatiebulletin uit die tijd ons leert – ‘aksies, hearings en soosen’ plaatsvonden. Alternatief voor de in die tijd populaire opsmuk met boomschors, Brabants bont en visnetten, bekleedde Van Schijndel de wanden met subtiel gekleurde, emaillen staalplaten. Die waren niet kapot te krijgen. Bovendien dacht Van Schijndel daarmee de in die kringen dwangmatige neiging toto het opprikken van allerlei pamfletten te kunnen afweren. Hij wilde een visuele chaos van slecht vormgegeven stenciltjes voorkomen.

 

Architectuurbewaker

 

Ondanks het respect van de Kargadoorleiding voor de intenties van de architect, werd Van Schijndel maanden na de oplevering van het gebouw nog regelmatig in het gebouw gesignaleerd om met nijptang en plamuurmes de spijkers en punaises uit de naden te peuteren. Hij wierp zich op als bewaker van zijn architectuur en het kostte hem grote moeite zijn schepping los te laten. Hij vond het teleurstellend te zien hoe men met ‘zijn’ gebouw omging en was hoogst verontwaardigd dat hij, zoals ieder ander, moest aanbellen om binnen te mogen. Later zou hij verklaren dat hij ervan had geleerd dat met het opleveren van een gebouw de bemoeienis van de architect ophoudt.

terug naar overzicht